Er zijn van die plaatsen in Frankrijk waar je niet alleen naartoe gaat om iets te bekijken, maar vooral om de sfeer te ervaren. Giverny, een klein dorpje in Normandië, is zo’n plek. Hier woonde en werkte de beroemde impressionistische schilder Claude Monet jarenlang. Zijn huis, zijn tuinen en vooral de beroemde vijver met waterlelies werden een onuitputtelijke bron van inspiratie voor zijn schilderijen.
Wie door Giverny wandelt, begrijpt al snel waarom Monet hier zijn hart aan verloor. Het dorp ligt tussen glooiende heuvels en groene landschappen en heeft een bijna tijdloze uitstraling. Toch is het vooral één plek die bezoekers uit de hele wereld naar Giverny trekt: de tuin van Monet.
Een schilder op zoek naar het perfecte licht
Claude Monet vestigde zich in 1883 in Giverny. Hij was toen al een bekende schilder, maar zijn carrière zou hier een belangrijke nieuwe fase ingaan. Monet werd niet alleen schilder van landschappen; hij begon zijn eigen omgeving steeds meer als een levend schilderij te beschouwen.
Bij zijn huis aan de Rue Claude Monet liet hij de bestaande tuin grondig veranderen. Hij plantte bloemen in allerlei kleuren en soorten en creëerde brede borders waarin planten ogenschijnlijk vrij door elkaar groeien. Rozen, irissen, tulpen, pioenen en talloze andere bloemen zorgen in het voorjaar en de zomer voor een explosie van kleur.
Monet was daarbij niet zomaar een tuinliefhebber. Hij dacht als een schilder. Kleuren, licht, weerspiegelingen en de manier waarop bloemen zich tot elkaar verhouden waren voor hem minstens zo belangrijk als de planten zelf.
De Clos Normand: een tuin als schilderij
Direct voor het huis ligt de Clos Normand, de beroemdste van de twee tuinen van Monet. Het is een langgerekte tuin met bloemperken, bomen en bloemenbogen.
Wie hier rondloopt, ziet meteen dat de tuin anders is aangelegd dan een klassieke Franse kasteeltuin. Er zijn geen strak gesnoeide hagen en geometrische patronen. Monet wilde juist een natuurlijke overvloed creëren.
In het voorjaar zijn vooral de bloeiende tulpen en fruitbomen spectaculair. Later in het seizoen nemen rozen, dahlia’s, zonnebloemen en andere zomerbloeiers het kleurenspel over.
Het leuke is dat de tuin voortdurend verandert. Een bezoek in april ziet er dan ook totaal anders uit dan een bezoek in juni of september.

De beroemde Japanse brug
Achter de Clos Normand ligt een tweede tuin die misschien wel nóg bekender is geworden door Monets schilderijen: de Jardin d’Eau, de watertuin.
Monet liet hier een vijver aanleggen en liet zich duidelijk inspireren door Japanse prenten, die in het negentiende-eeuwse Frankrijk enorm populair waren. Een van de blikvangers is de groene Japanse brug die over de vijver loopt.
De brug zelf is prachtig, maar het is vooral de combinatie van brug, water, bomen en planten die zo bijzonder is. Klimplanten hangen over het hekwerk en rondom het water groeien bamboe, irissen en andere planten.
En natuurlijk zijn er de waterlelies.

De vijver van de Nymphéas
De vijver van Giverny werd voor Monet een obsessie. Hij schilderde het wateroppervlak steeds opnieuw, onder verschillende weersomstandigheden en bij verschillend licht.
De beroemde reeks Nymphéas, de Waterlelies, ontstond uit zijn voortdurende observaties van deze vijver. Monet was niet zozeer geïnteresseerd in het schilderen van een exacte botanische voorstelling van een waterlelie. Hij wilde het licht op het water, de weerspiegeling van de lucht en de bomen en de kleuren van het landschap vastleggen.
Daarmee werd de vijver uiteindelijk bijna belangrijker dan het landschap eromheen.
Als je vandaag over de Japanse brug loopt, is het bijzonder om te bedenken dat Monet hier zelf stond en naar vrijwel hetzelfde wateroppervlak keek.
Het huis van Claude Monet
Ook het roze huis met de groene luiken is onderdeel van het bezoek. Monet woonde hier met zijn gezin en later met zijn tweede vrouw Alice Hoschedé.
Binnen krijg je een beeld van het dagelijks leven van de schilder. De woning is kleurrijker dan je misschien zou verwachten. Monet hield van heldere kleuren en ook zijn interieur weerspiegelt zijn belangstelling voor kleur.
Bijzonder is de eetkamer, met opvallend geel geschilderde wanden. Ook de keuken is een bezoek waard, met de karakteristieke blauwe en witte tegels.
Aan de muren hangen reproducties van Japanse prenten uit Monets verzameling. De invloed van Japan is daarmee niet alleen in de watertuin zichtbaar, maar ook in zijn woning.
Ook interessant
Giverny en het impressionisme
Giverny is natuurlijk onlosmakelijk verbonden met Monet, maar het dorp speelde ook een bredere rol in de geschiedenis van het impressionisme.
Monet woonde hier meer dan veertig jaar, tot aan zijn overlijden in 1926. In die periode groeide Giverny uit tot een ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Vooral Amerikaanse schilders werden door Monet en het landschap rond Giverny aangetrokken.
Een aantal van hen vestigde zich zelfs tijdelijk of permanent in de omgeving. Daardoor ontstond wat later bekend werd als de Giverny-kunstenaarskolonie.
Het dorp heeft daarmee een belangrijke plaats gekregen in de ontwikkeling van de impressionistische schilderkunst.
Het Musée des Impressionnismes
Op korte loopafstand van de tuinen ligt het Musée des Impressionnismes Giverny. Het museum richt zich op het impressionisme en de verschillende ontwikkelingen die uit deze kunststroming voortkwamen.
De tentoonstellingen wisselen regelmatig, waardoor het museum ook voor een tweede bezoek interessant kan zijn.
Het museum vormt bovendien een mooie aanvulling op het bezoek aan Monets huis en tuinen. Waar de tuin vooral laat zien waar Monet zijn inspiratie vond, geeft het museum meer context bij de kunstenaars en de kunststroming zelf.
Wandel ook even door het dorp
Het zou zonde zijn om na het bezoek aan Monet meteen weer in de auto te stappen. Giverny zelf is klein, maar heeft een charmante sfeer.
Langs de hoofdstraat staan oude Normandische huizen, kleine winkeltjes en restaurants. De omgeving is groen en landelijk en leent zich uitstekend voor een wandeling.
Ook buiten het centrum zijn wandelroutes te vinden door het landschap rond Giverny. Juist daar ontdek je het landschap dat Monet en andere kunstenaars naar deze streek trok.
Wanneer kun je Giverny het beste bezoeken?
De tuinen van Monet zijn vooral aantrekkelijk wanneer de bloemen bloeien. Het seizoen loopt grofweg van het voorjaar tot het najaar.
April en mei staan bekend om de voorjaarsbloemen en de frisse kleuren. In juni komt de tuin steeds voller te staan en zijn de rozen een belangrijke blikvanger. In de zomer zorgen onder andere dahlia’s en andere bloemen voor een uitbundig kleurenpalet.
Ook september kan bijzonder mooi zijn, wanneer de tuin een wat warmere, herfstachtige uitstraling krijgt.
Wie vooral voor de waterlelies komt, doet er goed aan zijn bezoek in de zomer te plannen.
Houd er rekening mee dat Giverny in het hoogseizoen bijzonder druk kan zijn. Vroeg op de dag komen is daarom vaak een goed idee.
Giverny: Frankrijk door de ogen van Monet
Giverny is meer dan een toeristische attractie rond een beroemde schilder. Het is een plek waar kunst en landschap letterlijk met elkaar verbonden zijn.
Monet schilderde wat hij zag, maar tegelijkertijd creëerde hij zelf een deel van dat landschap. Hij plantte bloemen, liet een vijver graven en bouwde een Japanse brug – en maakte daarmee zijn eigen inspiratiebron.
Dat maakt een bezoek zo bijzonder.
Wanneer je aan het einde van je wandeling bij de vijver staat en naar de waterlelies kijkt, zie je misschien geen exact schilderij van Monet. Maar je kijkt wel naar hetzelfde landschap dat hem tientallen jaren bleef fascineren.
En misschien is dat wel de grootste charme van Giverny: je loopt er niet alleen door de geschiedenis van het impressionisme, je loopt letterlijk door een schilderij.




0 reacties op “Giverny – waar Monet zijn mooiste kleuren vond”
Doe mee!
Reacties